Weimar Hyperinflatoire Depressie

Weimar Hyperinflatoire depressie

De vermogensvernietiging in de VS in de jaren '30 werd geleid door deflatie: de dollar steeg in waarde! De vermogensvernietiging in de jaren 2008/2009 wordt geleid door een soort van Weimar inflatie: de dollar zal in waarde dalen, net zoals de EURO en andere currencies die op de Dollar gebaseerd zijn!

(Er is een fundamenteel tussen de twee cycli: 1930 Weimar en 1930 USA)Weimar gold

Tijdens de Weimar revolutie steeg de prijs van het goud sneller dan de inflatie.

De Weimar ervaring was gekenmerkt door hoge werkloosheid en tegelijkertijd hyperinflatie. Inflatie was eerst rustig, toen begon het te stijgen en al snel werd het een monster. Wat belangrijk voor ons als investeerders is, is dat de prijs van goud sneller steeg dan het tempo van monetaire inflatie. De data hier laat zien dat tijdens deze periode van vijf jaar, de goudprijs 1,8x meer steeg dan de inflatie. Men kan het niet helpen zich af te vragen hoe de mensen zich voelden, wiens vermogens verdampten in deze tijd. Natuurlijk zijn er twee kanten aan het verhaal, omdat zij die significante hoeveelheden goud en zilver aanhielden netto ontvangers waren. Aan welke kant zal u staan?

Terwijl de geldvoorraad groeit met een snelheid van 35% per jaar en centrale banken de markten overspoelen met miljarden vers gecreëerd geld om het systeem in leven te houden, koersen we met volle kracht naar een hyperinflatie zoals Duitsland beleefde tijdens de Weimar revolutie en Zimbabwe enkel jaren terug beleefde (klik hier voor grafieken onder CDO subprime).

Papieren geld versus aandelen. In die dagen was het printen van geld enigszins beperkt, omdat er een tekort aan papier en inkt was. Sommige landen zoals Polen waren zelfs gedwongen om de kleuren van de biljetten te beperken, omdat inkt schaars en duur werd. In Duitsland was het goedkoper geld te verbranden, in plaats van hout of kolen te kopen.

Vandaag de dag geven de Federale banken elektronisch geld uit. Dus de computer is de ongevaarlijke bottleneck geworden. Met andere woorden, FIAT PAPIEREN GELD staat op het punt waardeloos te worden, net als Obligatie certificaten, Staatsbons, obligaties, levensverzekeringen, pensioenfondsen, bank spaarrekeningen en andere vergelijkbare deposito's. Hun nominale waarde zal zeker gelijk blijven, dit zal echter niet volstaan om het galopperende inflatietempo te dekken.

Vastgoed zal helaas niet aan het drama ontsnappen. Het is nogal eenvoudig om voor te stellen dat de overheid (net als wat er gebeurde tijdens de Weimar revolutie), onder druk van stemmend publiek, de huurprijzen zal blokkeren. Als resultaat hiervan zullen huusbazen ingeklemd zitten tussen exponentieel stijgende onderhoudskosten en lage huurinkomsten.

Investeren wordt een totaal andere oefening.In een poging om inkomens en spaartegoeden te beschermen zullen mensen massaal beginnen hun papieren fiat geld om te wisselen voor ECHT GELD en andere tastbare activa (LOCG). Als resultaat hiervan zullen niet alleen goud en zilver stijgen, maar ik verwacht ook dat dit gaat gebeuren voor aandelenmarkten en/of tenminste voor bepaalde onderdelen hiervan. Pure logica, omdat aandelen een participatie in REËLE ACTIVA zijn (mits juist geselecteerd).


Duitsland tijdens de crisisjaren: De Duitse economische activiteit bleef niet tijdens de gehele periode 1919-1923 rechtlijnig verslechteren. In 1920 stabiliseerde de munt gedurende ongeveer 6 maanden. *De D-Mark won in waarde ten opzichte van buitenlandse valuta, en de prijs van geïmporteerde goederen (grondstoffen) daalde met ongeveer 50%. De prijsindex bleef hierdoor bijna constant en de waarde van de Duitse mark steeg tot ongeveer 1VS$ tot 69D-mark. Er wordt opgeworpen dat de Weimar regering op dit punt een stabiele valuta had kunnen hebben invoeren. In plaats daarvan ging men ongestoord verder door met het opvoeren van de hoeveelheid geld in circulatie - inflatoir. Het resultaat was hyperinflatie in 1923. 

 

Dit is PRECIES hetzelfde verhaal als wat we vandaag zien voor de Dollar en de Euro.

In juli 1992 viel de Duitse Mark tot 300 D-marks tot $1; in november was het 9000:1; in januari 1923 was het 49.000:1; in juli 1923 was het 1.100.000:1. Het bereikte uiteindelijke 5 triljoen:1 midden november 1923, dit varieerde van stad tot stad.

Dus de geldpersen waren volop actief en niet meer te stoppen. De prijzen begonnen duizelingwekkend te stijgen. Menu's in café's konden niet snel genoeg worden aangepast. Een student van een universiteit bestelde een kopje koffie in een café. De prijs op de menukaart was 5000 mark. Hij had twee kopjes koffie op en toen de rekening kwam moest hij 14.000 mark ophoesten. "Als u geld wilt besparen en u twee kopjes koffie wilt, zou u deze gelijktijdig moeten bestellen", was het antwoord. 

De geld-machines van de Reichsbank konden het tempo niet aan en begonnen ook 's-nachts door te draaien. Steden begonnen zelf hun eigen geld uit te geven. Dr. Havenstein, de president van de Reichsbank kreeg niet zijn beloofde nieuw pak.


Een fabrieksarbeider omschreef een betaaldag, elke dag om 11:00 a.m.: "Om 11:00 klonk elke ochtend een sirene, iedereen verzamelde zich in het buitenterrein van de fabriek waar een vijf-tons vrachtwagen stond opgesteld, volledig volgeladen met papieren geld. De chef kassier en zijn assistent klommen erop. Zij lazen de namen en gooiden enkele geldbundels uit. Zodra je er één had gevangen maakte je voort naar de dichtstbijzijnde winkel en kocht ongeveer alles wat je kon". 

Leraren werden betaald om 10:00 a.m., zij brachten hun geld naar de speeltuin waar familieleden de geldrollen namen en zich hiermee haastten. Banken sloten om 11:00 a.m., de gekwelde bedienden gingen staken.

De vlucht uit de valuta was begonnen met het kopen van diamanten, goud, landhuizen en antiek, nu uitgebreid met kleine en bijna waardeloze dingen - zeep, haarspelden. Het gezagsgetrouwe land ging gebukt onder kleine diefstal. Koperen buizen en messing armaturen waren niet veilig. Benzine werd overgeheveld van auto's. Mensen kochten dingen die zij niet nodig hadden, die ze vervolgens gebruikten voor de ruilhandel - een paar schoenen voor een T-shirt, wat servies voor koffie.

Berlijn kende een "heksenjacht" sfeer. Prostituees van beide geslachten dwaalden over de straten. Cocaïne was de modieuze drug.In de 'cabarets' konden de nieuwe rijken en buitenlandse vrienden dansen en hun geld uitgeven. Andere rapporten merkten op dat niet alle jongeren een slechte tijd hadden. Hun ouders hadden hen geleerd te werken en te sparen en dat was overduidelijk verkeerd, zodat zij hun geld konden uitgeven en een goede tijd beleven. De uitgever Leopold Ullstein schreef: "mensen begrijpen gewoon niet wat er gebeurt. Al de economische theorie die zij hadden geleerd, bleek niet bestand tegen het fenomeen. Er was een gevoel van volslagen afhankelijkheid van anonieme machten - bijna zoals primitieve mensen geloven in magie - dat er iemand op de hoogte moest zijn en dat deze kleine groep van "onbekenden" wel een samenzwering moest zijn". Toen het 1.000 miljard briefje uitkwam, namen weinigen de moeite het wisselgeld aan te nemen als zij dit briefje uitgaven.

Mensen begrijpen gewoon niet wat er gebeurt. Alle ekonomische lessen die ze van hun ouders en op school hadden geleerd, bleken niet te werken. Spaargelden brachten niets meer op en/of gingen verloren. Huisbazen konden met een maand huur nauwelijks nog een brood kopen. Men kon voor een habbekrats een volledige buurt kopen.

Tegen november van het jaar 1923, met één dollar gelijk aan één biljoen marken was de afbraak compleet. De Mark had elke betekenis verloren.


De Middeleeuwen waren terug van weggeweest. Over geheel Duitsland werden 's nachts koper en lood  van de daken gestolen. Benzine werd overgeheveld uit de benzinetanks van auto's. Ruilhandel was al een gebruikelijke vorm van uitwisseling, maar nu werden ook grondstoffen zoals koper, lood, benzine, sigaretten, alcohol,... gebruikt voor aankopen en betalingen. Een bioscoopstoel kostte een brok steenkool. Met één fles paraffine kon men een T-shirt kopen; met dat T-shirt de benodigde aardappelen voor een familie. Herr von der Osten hield een vriendin aan in de provinciale hoofdstad, haar kamer kostte in 1922 een half pond boter per maand; tegen de zomer van 1923 kostte het hem een gans pond.

Elkeen wie kon, drukte zijn eigen geld, gegarandeerd door goederen, een bepaalde hoeveelheid aardappelen of rijst bijvoorbeeld. Schoenenfabrikanten betaalden hun arbeiders met waardebons voor schoenen die ze bij de bakker konden omwisselen voor brood of bij de slager voor vlees.

Wie vreemde valuta had, was rijk.  Dit werd met gemak het meest geaccepteerde papieren betaalmiddel, bracht de grootste mogelijkheid tot het vinden van koopjes. De koopkracht van de dollar in het bijzonder, overschreed ruim haar nominale wisselkoers. Begin 1923 - en dit met een enkel dollarbriefje-  reisden von der Osten en zes vrienden naar Berlijn, vastberaden om het op te maken; maar vroeg in de morgen, na het diner en vele nachtclubs later, hadden zij nog altijd wisselgeld in hun broekzakken. Er waren verhalen van Amerikanen die in Berlijn in de grootste moeilijkheden gekomen waren, omdat niemand genoeg marken bij zich droeg om een vijf dollar briefje te wisselen tegen Marken. Er waren verhalen van buitenlandse studenten die hele rijen huizen opkochten met hun studie-toelage.

Er waren verhalen van klanten die erachter kwamen dat de dieven de mandjes en koffers hadden gestolen waarin zij hun geld vervoerden, waarbij ze het geld hadden achtergelaten op de grond; en van levensreddende: door elke dag een enkel klein schakelstukje van een gouden kettinkje te verkopen. Er waren verhalen (vele hiervan, terwijl de zomer vorderde en de wisselkoers meerdere malen per dag werd aangepast) van restaurantmaaltijden die meer kostten als de rekening kwam, dan toen de maaltijd werd besteld. Een 5.000 mark kostend kopje koffie kostte 8.000 mark tegen de tijd dat het gedronken werd.

Besluit:

Het verhaal is helemaal toepasbaar op de situatie van vandaag (2015). Op enkele uitzonderingen na. Destijds zat vooral Duitsland in zak en as. Vandaag is dit het geval voor de USA, de EU, Engeland, Japan,...en ALLE landen die de US-Dollar als reservemunt gebruiken. En dit zijn er heelwat. De logica vertelt ons dat deze keer een groot deel van de wereld op min of meer hetzelfde ogenblik in de problemen zal geraken....enkel weet men niet WANNEER. Daarom is het beter 4 jaar te vroeg te zijn dan 1 sekonde te laat. Eens het drama zich onvouwt, zal het helemaal onbelangrijk zijn of men goud kocht aan $ 2,000 per oz. of $ 200 per oz. Net zoals het dan onbelangrijk zal zijn dat men een goudmijn kocht aan 25 cent of aan $25.